Voor medewerkers en adviseurs in de pensioendienstverlening. Oefen gratis met PE-oefenvragen voor Wft Pensioen, met uitleg bij elk antwoord.
Laatst bijgewerkt 15 oktober 2026 · peildatum regelgeving 15 oktober 2026
Wat komt aan bod
- De drie pijlers en de AOW
- Pensioenwet: pensioenovereenkomst, uitvoerders, informatie en waardeoverdracht
- Wet toekomst pensioenen: premieregelingen, transitie en invaren
- Partner- en wezenpensioen, Anw-hiaat
- Fiscaal kader (Witteveen) en lijfrente
- Pensioen bij scheiding
- Dga-pensioen en pensioen in eigen beheer
- Zorgplicht en advies bij keuzes
Wat is er nieuw in 2026
- Nieuwe toetstermen CDFD per 1 april 2026. De eind- en toetstermen voor deze module zijn vernieuwd en gelden voor examens vanaf 1 april 2026. De vragen in de toets zijn erop afgestemd.
- Wet toekomst pensioenen. Pensioenregelingen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 zijn overgegaan naar het nieuwe stelsel. Let op transitiemomenten, nabestaandendekking en communicatie aan deelnemers.
Toetstermen CDFD per 1 april 2026
De eind- en toetstermen van het CDFD voor deze module zijn ingedeeld in taken:
- Inventariseren van de gegevens van de klant
- Analyseren van de gegevens van de klant ten behoeve van het advies
- Adviseren (en eventueel bemiddelen) van een passende oplossing, zowel financieel als organisatorisch
- Beheren en actueel houden van het advies
Bron: eind- en toetstermen per module van het CDFD, geldend voor examens vanaf 1 april 2026. De volledige documenten staan bij de downloads van het CDFD.
Voorbeeldvragen Wft Pensioen
Zo zien de vragen in de toets eruit. In de toets staan de antwoorden in willekeurige volgorde.
Voorbeeldvraag 1
Fatima kwam op haar 30e naar Nederland en woont hier sindsdien. Ga uit van een AOW-leeftijd van 67 jaar. Hoeveel procent van de volledige AOW bouwt zij op, als zij tot haar AOW-leeftijd in Nederland blijft wonen?
Bekijk het antwoord en de uitleg
Juist: 74%. De opbouwperiode loopt van 17 tot 67 jaar; zij mist 13 jaar, dat is 13 x 2% = 26% korting.
- 80%: 80% hoort bij 40 verzekerde jaren; Fatima heeft 37 verzekerde jaren.
- 70%: 70% hoort bij 35 verzekerde jaren; Fatima heeft er 37.
- 100%: Een volledige AOW vereist 50 verzekerde jaren; zij mist de jaren tussen 17 en 30.
Voorbeeldvraag 2
Een deelnemer in een premieregeling overlijdt vóór de pensioendatum. Er is geen restitutiedekking. Wat gebeurt in een traditionele regeling dan doorgaans met het opgebouwde kapitaal?
- Het vervalt doorgaans aan de uitvoerder of wordt gebruikt voor nabestaandenpensioen
- Het wordt in contanten uitbetaald aan de erfgenamen volgens de wettelijke verdeling of het testament
- Het wordt overgemaakt naar de werkgever
- Het wordt verplicht omgezet in een lijfrente voor de erfgenamen
Bekijk het antwoord en de uitleg
Juist: Het vervalt doorgaans aan de uitvoerder of wordt gebruikt voor nabestaandenpensioen. Zonder restitutie komt het kapitaal ten goede aan de uitvoerder en daarmee aan het collectief, of wordt het, afhankelijk van de regeling, gebruikt voor een partnerpensioen.
- Het wordt in contanten uitbetaald aan de erfgenamen volgens de wettelijke verdeling of het testament: Pensioenkapitaal valt niet in de nalatenschap; een uitkering aan erfgenamen in contanten is niet toegestaan.
- Het wordt overgemaakt naar de werkgever: De werkgever krijgt geen pensioenkapitaal terug; het blijft bestemd voor pensioendoeleinden.
- Het wordt verplicht omgezet in een lijfrente voor de erfgenamen: Erfgenamen hebben geen recht op omzetting in een lijfrente; dat volgt alleen uit het nabestaandenpensioen.
Voorbeeldvraag 3
Sanne (38) is ongehuwd samenwonend met Tim, heeft geen kinderen, werkt fulltime en is niet arbeidsongeschikt. Tim overlijdt. Heeft Sanne recht op een Anw-nabestaandenuitkering?
- Ja, maar alleen gedurende het eerste jaar na het overlijden, als overbruggingsuitkering van de SVB
- Ja, omdat ieder die een gezamenlijke huishouding voerde met de overledene recht heeft op een Anw-uitkering
- Nee, omdat ongehuwd samenwonenden nooit onder de Anw vallen
- Nee: zij heeft geen kind onder 18, is niet ten minste 45% arbeidsongeschikt en is niet vóór 1950 geboren
Bekijk het antwoord en de uitleg
Juist: Nee: zij heeft geen kind onder 18, is niet ten minste 45% arbeidsongeschikt en is niet vóór 1950 geboren. Een gezamenlijke huishouding kan meetellen, maar de Anw kent daarnaast deze aanvullende voorwaarden.
- Ja, omdat ieder die een gezamenlijke huishouding voerde met de overledene recht heeft op een Anw-uitkering: Een gezamenlijke huishouding is nodig maar niet voldoende; ook een van de aanvullende voorwaarden moet vervuld zijn.
- Nee, omdat ongehuwd samenwonenden nooit onder de Anw vallen: Ongehuwd samenwonenden met een gezamenlijke huishouding kunnen wel onder de Anw vallen.
- Ja, maar alleen gedurende het eerste jaar na het overlijden, als overbruggingsuitkering van de SVB: De Anw kent geen algemene eerstejaarsuitkering voor iedere nabestaande.
Wijzigingen
- 15 oktober 2026 — Vragenbank uitgebreid: extra vragen, ook met praktijkcasussen, met uitleg bij elk antwoord.
- 15 oktober 2026 — Eerste versie: vragen met uitleg, peildatum regelgeving 15 oktober 2026.
Bronnen
Dit overzicht helpt je je kennis bij te houden en is geen leerstof voor een erkend PE-examen. Controleer bedragen en normen altijd in de geldende bron. Zie je een fout? Mail info@dfobv.nl.